Leeftijdskenmerken F & E jeugd (6 - 10 jaar)

Kinderen zijn snel moe, maar herstellen ook snel. Probeer als trainer je oefeningen aan te passen door de kinderen kortdurende inspanningen te laten doen met korte rustmomenten.

Kracht
Kinderen hebben weinig kracht. Probeer als trainer hierop in te spelen door afstanden van het schieten en van het gooien klein te houden en dit op te bouwen naar grotere afstanden. Zorg ervoor dat ze niet gaan forceren tijdens het gooien en schieten.

Concentratie
Kinderen zijn snel afgeleid en de concentratieboog is laag. Zorg er als trainer voor dat je de aandacht van de kinderen hebt als je ze iets vertelt. Probeer ervoor de zorgen dat kinderen bezig blijven en dus niet teveel stilstaan.

Denk taakgericht
Kinderen zijn nog niet taak bewust. Zorg er als trainer voor dat je duidelijk bent in je uitleg. Wat hij of zij moet doen, hoe hij of zij dit moet doen en wat hij of zij daarna moet doen.

Balgevoel
Kinderen hebben over het algemeen weinig balgevoel. Probeer er als trainer voor te zorgen dat elk kind over een bal beschikt. Laat de kinderen veel doen!

Externe factoren
Kinderen leren door de omgeving (bv. vriendjes, teamgenoten en de trainer). Zorg er als trainer voor dat je het goede voorbeeld geeft en corrigeer ongewenst gedrag.

Leergierig
Kinderen zijn erg leergierig. Zorg er als trainer daarom voor dat je de oefeningen goed voordoet. Corrigeer de kinderen in grote lijnen en probeer dit steeds verder te verfijnen. Veel herhalen van oefeningen.

We willen bewegen!
Kinderen hebben een grote bewegingsdrang. Zorg er als trainer voor dat er weinig tijd zit tussen de oefeningen en laat de kinderen zoveel mogelijk op verschillende manieren bewegen.

Geef voorbeelden
Kinderen zijn visueel ingesteld. Zorg er daarom als trainer voor dat je oefeningen goed voor doet. Het 'plaatje' is belangrijk.

Ontdekken
Kinderen hebben behoefte aan veel bewegen. Geef de kinderen hierbij ruimte voor eigen ontdekkingen.

Zelfstandigheid
Kinderen worden zelfstandiger. Betrek de kinderen bij de organisatie van de training en geef kinderen taken.

Basisvaardigheden

  • Afstandsschot, afstand vergroten en met passieve verdediger.
    Handen stand, duimen onder de bal, armen strekken, ellebogen niet naar buiten, vingers gespreid aan de zijkanten. Sprong omhoog, niet naar voren.
  • Strafworp
  • Doorloopbal onderhands, bovenhands en aangeven
  • Afstandsschot uit beweging, links en rechts. Uitwijkbal, links en rechts.
    Lichaam draaien ricting de korf en bijsluiten benen bij uitwijkbal.
  • Gooien met één (rechts en links) en twee handen over langere afstand, stuiterbal en gooien op bewegende speler.
  • Vangen met twee handen in stand en beweging. Vangen met één hand in stand, links en rechts en stuiterbal.
  • Bewegingstechnieken lopen, stoppen, van richting veranderen, achteruit lopen, draaien, sprinten.
  • Uitbreiden spelregelkennis.
  • Verdedigen, 1 op 1
    Door de knieën, een been voor, schuiven (geen grote stappen), hand omhoog en tussen de paal en de tegenstander.

Samenspeelvaardigheden

  • Vanuit 4-0 samenspelen en beginnen met een aanvalsopzet.
    Betere benutting van de vrije ruimtes in het vak (klangere afstanden, diagonalen, leren wanneer er geschoten kan/moet worden, doorbreken met en zonder bal.
  • Aangeef verkrijgen
  • Afvan verkrijgen
    Schatten waar de bal komt.
  • Vrije ballen
  • Uitbrengen van de bal.
  • Uitverdedigen.